the overwhelming blankness of the ultimate meaninglessness of tragedy

for soprano, actor and two ensembles

 

Recording


Lucas Vis conducting Ingrid Kapelle, Fred van der Hilst and the Doelen Ensemble (fragment)

Beurs van Berlage Amsterdam

1996 Gaudeamus week

here

for soprano, actor and two ensembles (1111 1110 perc vibr hp pf 2vl vla vc cb).

The point of departure of this work is a duality based on the "Death and Disaster" series of silkscreen prints by Andy Warhol, especially his 'Blue Electric Chair.' Each painting in this serie consists of two panels, one with a representation of a "disaster" (a car accident or an electric chair for example) in one tint against a background colour, while the other panel consists of only this background colour. The contrast of this blank panel next to a shocking depiction leads to controversy: the overwhelming blankness of the ultimate meaninglessness of tragedy.

Translated into music this duality is formed by the two ensembles, which each have their own characteristic sound. One has the character of a subdued, resigned esthetics (very soft and slow, orderly material: for example, every note has its own instrumentation and register from F below central C to three octaves higher, the soprano often sings not more than two widely spaced intervals, the instrumentation consists of soft instruments, such as vibraphone, harp, some strings and woodwinds). The other ensemble characterizes disaster (everything very harsh, loud and complex, chromatic, erratic playing techniques such as clusters, flutter tonguing, scratching sounds, a lot of percussion, loud brass and squealing woodwinds, violin and double bass).
Similarly, the text may also be divided into this duality. The texts by Jorge Luis Borges and Octavio Paz, sung by the soprano, describe a vision of dying, in which hopefully a hint of the world to come is revealed. This forms a violent contrast to the text of the actor, which is a very direct description of what happens to someone being executed on the electric chair.

The work was first performed during the 1996 Gaudeamus week with Lucas Vis conducting Ingrid Kapelle, Fred van der Hilst and the Doelen Ensemble.


Press cuttings: Gaudeamus Music week started with lots of uproar
From: NRC Handelsblad - September 3, 1996
by: Ernst Vermeulen

Soprano Ingrid Kapelle came running and screaming in the AGA concert hall last Monday, when actor Fred van der Hilst described the terrors of the electric chair. That was how horror composer Edward Top acted as a kind of snake, hypnotizing listeners as frightened little bunnies. (…)

Expressive young guard achieves first goal in Gaudeamus week
From: Trouw - September 5, 1996
By: Kees Arntzen

The Overwhelming Blankness of the Ultimate Meaninglessness of Tragedy of Edward Top, inspired by a silkscreen of Andy Warhol, was considered as the biggest surprise of the evening. In a minimal theatrical framework, Top uses a female singer and an actor reciting texts about an execution and a vision of the hereafter. Within twenty minutes, the piece develops from a slow and lyrical beginning to a dramatic and expressive concentration of the contradiction of both experiences.

It is striking to notice how a number of these composers like Edward Top express themselves again 'expressively'. They realize that verbally as well as in their musical approach.

Uitgangspunt van het stuk is een tweedeligheid die als concept gebaseerd is op de Death and Disaster serie zeefdrukken van Andy Warhol, met name diens Blue Electric Chair.

Elk schilderij uit deze serie bestaat uit twee panelen, één met een schokkend beeld (bv. de electrische stoel of een auto ongeluk) in één tint gezet tegen een vlakke achtergrondskleur, terwijl het andere, evengrote paneel slechts die achtergrondskleur heeft. Met het plaatsen van dit blanke paneel tegen de schokkende afbeelding ontstaat de controverse: De overdonderende leegheid van de ultieme betekenisloosheid van tragiek.

In muzikale zin wordt deze tweedeling gevormd door de twee ensembles die beiden hun eigen karakter tot klinken brengen. De ene heeft het karakter van een ingetogen esthetiek (zeer zacht en langzaam, overzichtelijk geordend materiaal bv. iedere noot met een eigen register (binnen f-klein octaaf tot drie octaven daarboven) en instrumentatie, de sopraan zingt per frase vaak niet meer dan drie toonhoogtes in een wijd register), het instrumentarium bestaat hier uit zachte instrumenten zoals de vibrafoon, harp, enkele strijkers en zachte blazers. Het andere ensemble representeert de schokkende afbeelding (alles is zeer hard en complex, chromatisch, grillige speelmanieren worden gevraagd van de instrumentalisten zoals clusters, flatterzungen en krastonen), hier bestaat het instrumentarium uit veel slagwerk, harde koperblazers en gillend hout, viool en contrabas.
Zo is ook de tekst in twee karakters onder te verdelen. De teksten van Borges en Paz die door de sopraan worden gezongen beschrijven een visioen van sterven, waar een tipje van de sluier van het hiernamaals wordt opgelicht, dit in schril contrast met de tekst van de acteur die een zeer directe beschrijving is van wat er gebeurd met iemand die op de electrische stoel geëxecuteerd wordt.

Edward’s music at Donemus